Een ring uitkiezen is één ding. Hem dragen zodat hij klopt met de rest, is iets anders. Hieronder staat wat je nodig hebt: de maat die bij je hand past, ringen die elkaar aanvullen en de juiste keuze per gelegenheid.

De basis van ringen stylen
Bij het stylen van een ring gaat het om verhouding. Smalle ringen en brede ringen vragen allebei hetzelfde: dat ze passen bij je hand en bij wat je aanhebt. Kijk eerst naar je vingers. Bij lange vingers kun je een bredere ring dragen zonder dat je hand smal oogt. Bij kortere vingers blijft een smallere ring in verhouding. Kijk daarna naar de ring zelf. Een gladde ring in goudkleur draag je net zo goed bij een spijkerbroek als bij een jurk. Een ring met steen brengt kleur in een outfit die verder rustig is.
Ringen combineren en stapelen
Meerdere ringen tegelijk dragen kan op twee manieren: twee ringen op één vinger, of ringen verdeeld over meerdere vingers. In beide gevallen telt het evenwicht. Kies ringen die bij elkaar passen in breedte, vorm en stijl. Een gladde band naast één opvallende ring werkt. Drie smalle ringen naast elkaar ook: dat blijft rustig en valt toch op.
Ringen per gelegenheid

De gelegenheid bepaalt mee welke ring je pakt. Een opvallende ring past bij een avondje uit met vrienden, minder bij een sollicitatiegesprek. Een smalle ring draag je elke dag, maar op een feest zie je hem nauwelijks. Kijk dus naar hoe formeel de gelegenheid is, naar wat je aanhebt en naar wat je zelf prettig draagt.
Ringen stylen is uiteindelijk een kwestie van uitproberen. Let op de verhouding met je hand, houd de combinatie in evenwicht en stem je keuze af op de gelegenheid. De rest is smaak, en die mag veranderen.