
Een ring uitkiezen valt of staat bij de maat. Zit hij te ruim, dan draai je hem de hele dag terug; zit hij te strak, dan blijft hij in de la liggen. Je vindt je maat op twee manieren: via de maattabel of door de omtrek van je vinger te meten.
De omtrek van je vinger meten
| EU-maat | US-maat | Diameter | Omtrek |
| 48 | 4,5 | 15,3 mm | 48,0 mm |
| 49 | 5 | 15,7 mm | 49,3 mm |
| 52 | 6 | 16,5 mm | 51,9 mm |
| 54 | 7 | 17,3 mm | 54,4 mm |
| 57 | 8 | 18,1 mm | 57,0 mm |
| 60 | 9 | 18,9 mm | 59,5 mm |
| 62 | 10 | 19,8 mm | 62,1 mm |
Gelegenheid, outfit en draagmoment

Naast de maat bepaalt het moment je keuze. Een ring voor een bruiloft, een verjaardag of Sinterklaas kies je anders dan een ring die je elke ochtend zonder nadenken omdoet.
Denk dus na over hoe vaak je hem draagt. Voor dagelijks gebruik telt vooral dat je hem vergeet zodra hij om zit: geen scherpe randen, geen model dat blijft haken. Draag je hem af en toe, dan heb je meer ruimte in vorm en afwerking.
Waar je op let
Kort samengevat: meet je vinger, kijk in de tabel en bedenk wanneer je de ring draagt. Twijfel je tussen twee maten, neem dan de grootste — een ring inkorten kan, uitrekken niet. Met die drie dingen op een rij zit hij goed.