Armbanden, ringen, horloges. Dit zijn de drie soorten herensieraden die het meest gedragen worden. Hieronder staat per soort waarvan ze gemaakt zijn, en waar je ze bij draagt.

Armbanden: het makkelijkste sieraad om mee te beginnen
Armbanden voor mannen bestaan in leer, metaal en kralen. Leer is het meest informeel en kan niet mee onder de douche. Metaal kan dat wel: bij ons is dat 304L roestvrij staal met een goud-, roségoud- of zilverkleurige finish, en dat verkleurt niet op je huid. Wil je dat het gezien wordt, kies dan een brede schakel. Moet het onder een manchet passen, dan een smalle. Verder hoeft de keuze niet te gaan.
Ringen: het zichtbaarste sieraad dat je draagt
Ringen zie je zelf de hele dag, en anderen zien ze ook: als je iets aangeeft, als je typt, aan tafel. Een gladde band in zilver- of goudkleur draag je bij alles. Een brede ring met steen of reliëf valt op, maar zit in de weg bij werk met je handen — dat is iets om vooraf te weten. Twijfel je, begin dan smal: die ring hou je om, de brede legt bijna iedereen na een week weg.
Horloges: het enige sieraad dat ook iets doet

Horloges zijn het enige sieraad met een functie, en dat maakt de keuze eenvoudiger. Een leren band is zachter en informeler; een metalen band kan meer hebben en heeft minder last van zweet. Analoog leest rustiger, digitaal leest sneller — dat is smaak, geen kwaliteit. Waar je wel op moet letten: draag je al een armband om diezelfde arm, hou dan één van de twee smal. Twee brede stukken naast elkaar wordt drukker dan je in de spiegel verwacht.
Armbanden, ringen en horloges doen alle drie hetzelfde: ze maken af wat je al in de kast hebt hangen. Je hoeft ze niet allemaal tegelijk. Neem één stuk, draag het een week, en kijk of je het 's ochtends nog omdoet. Dat is de enige test die telt.