Een verlovingsring draag je elke dag, jarenlang. De vorm van de steen bepaalt hoe hij aan je hand staat en hoeveel hij opvalt. Hieronder zet ik drie vormen naast elkaar — rond, prinses en peer — zodat je weet welke bij je past.

Verlovingsringen met een ronde steen
De ronde slijpvorm is een populaire keuze, en dat blijft hij. Rond past in bijna elke zetting: een strakke solitaire, een bredere band, of met kleine steentjes ernaast. Zoek je een ring waar je over tien jaar nog net zo naar kijkt, dan is dit de rustigste keuze van de drie.
Verlovingsringen met een prinsesslijpvorm

De prinsesslijpvorm is vierkant met scherpe hoeken. Dat geeft een strakkere lijn dan rond, zonder dat de vorm ouderwets wordt. De facetten zijn zo geslepen dat de steen veel licht teruggeeft — wie vooral schittering wil, komt hier uit.
Verlovingsringen met een peervormige steen
De peervorm is een ronde slijpvorm en een marquise in één: rond aan de ene kant, spits aan de andere. Die punt trekt het oog in de lengte, waardoor je vingers langer en smaller lijken. Het is ook de vorm die het snelst wordt opgemerkt; wil je een ring die niet meteen om aandacht vraagt, kies dan rond.
Welke vorm het wordt, hangt af van wat je elke dag aan je hand wilt zien: de rust van rond, de strakke lijn van prinses of de lengte van peer. Neem er de tijd voor en pas er een paar, want dit is een ring die je de rest van je leven draagt. Kijk gerust rond bij de verlovingsringen en zie welke vorm blijft hangen.